Dilemma: biologisch vs. duurzaam. Of toch lokale seizoensproducten?

Voor mensen die graag duurzaam willen leven is het misschien een bekend probleem: kan ik beter biologisch eten, of toch duurzaam? Zou ik juist lokaal moeten eten, van de boer om de hoek? Of is duurzaam altijd biologisch en andersom? En is lokaal ook altijd duurzaam? Deze vragen zijn niet zo simpel, en zijn dus niet zomaar te beantwoorden. Beide zijn natuurlijk belangrijk, want biologisch is goed voor de beestjes en de natuur, en duurzaam is ook goed voor de natuur. Maar wat zijn de verschillen en overeenkomsten? Welke van de twee is “beter”? Het korte antwoord is: geen van beide is altijd beter dan de ander. Het hangt van zo veel factoren af dat je bijna per product zou moeten kijken, en dat is niet te doen. Meer weten? Lees dan vooral verder!


Wat houdt biologisch eigenlijk in?


Dieren en biologisch

Heel kort gezegd voldoet biologisch voedsel aan de officiële EU-wetgeving voor biologisch geteelde dieren en gewassen. Maar wat verstaan ze daaronder? Elke boer, ook de niet-biologische, moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat hun dieren niet onnodig lijden. Als biologische boer komen daar nog veel zaken bij zoals de hoeveelheid ruimte die een dier minimaal beschikbaar heeft, de hoeveelheid buitenruimte, het voer en gezondheidszorg. Een koe, varken of geit bijvoorbeeld, moet altijd naar buiten kunnen voor zover de bodem en het weer hiervoor geschikt zijn, ze krijgen veel daglicht en een fijne stal met ruim voldoende natuurlijk strooisel, zoals stro, op de grond. Ook hun voer is biologisch, en als ze medicijnen toegediend moeten krijgen is er een minimale wachttijd voordat het vlees, of de melk, weer verkocht mag worden, zodat er geen medicijnresten in de producten zitten.


Planten en biologisch

Bij gewassen ligt dit natuurlijk anders, die kunnen niet zelf naar buiten lopen. Het uitgangspunt is dus heel anders. De zaden en andere materialen die worden gebruikt om de gewassen te kweken zijn van biologische oorsprong, en niet alle mestsoorten mogen zomaar gebruikt worden. De gewassen die geteeld worden moeten bovendien geschikt zijn voor biologische landbouw, en elk jaar groeit er een ander gewas op het perceel. Dit laatste voorkomt uitputting van de bodem. Als een plant last heeft van onkruid of plaaginsecten mogen die alleen met behulp van natuurlijke vijanden worden bestreden, of in het geval van onkruid, door middel van wieden of verbranden. Ook chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen zijn niet toegestaan.


Gewassen uit de kas

Biologisch of niet, gewassen die in een kas geteeld worden zijn niet erg goed voor het milieu, omdat het verwarmen en verlichten van deze kassen ontzettend veel energie kost. De meest duurzame keuze is hier dus het consistent kiezen voor seizoensproducten, omdat die niet uit een kas komen. Bovendien kunnen biologische paprika’s bijvoorbeeld uit Zuid-Afrika komen, en dat transport is uiteraard behoorlijk vervuilend.


En wat houdt duurzaam in?

Het is lastiger om duurzaam te verifiëren, omdat verschillende instanties er ieder een eigen definitie op nahouden. Volgens de VN bestaat duurzaamheid uit een voedselpatroon met een lage milieubelasting, waardoor er genoeg gevarieerd, veilig en gezond voedsel is, en dat het eerlijk wordt verdeeld. Zo’n voedselpatroon draagt ook bij aan gezondheid en voedselveiligheid voor zowel de huidige als toekomstige generaties. Naast deze definitie hanteert de overheid een eigen, bredere definitie, waar duurzaamheid staat voor consumptie en productie waarin mens, dier en milieu gerespecteerd worden. Ook natuurbehoud, dierenwelzijn, klimaat en eerlijke handel zijn hierbij van belang.

Gezond eten is vaak ook duurzaam volgens de Gezondheidsraad. De resultaten van dit rapport zijn verwerkt in de welbekende Schijf van Vijf, waardoor de Schijf steeds duurzamer wordt. Er staat nu minder dierlijke voeding in, en meer plantaardige. Bovendien adviseert het Voedingscentrum nu om maar één keer per week vis te eten in plaats van twee keer, omdat dit beter is voor het milieu.


Is intensieve landbouw en veeteelt duurzamer dan biologisch?

Dit is een vraag met veel verschillende kanten. Voor biodiversiteit, bodemkwaliteit en dierenwelzijn is biologisch beter, maar de stikstofuitstoot is meestal hoger omdat er meer ruimte nodig is en de opbrengst minder hoog is. Hierdoor moet vaak voedsel uit het buitenland gehaald worden, en het transport daarvan veroorzaakt ook vervuiling. Bovendien zou er meer landbouwgrond gemaakt moeten worden om de opbrengst van biologische teelt hoog genoeg te krijgen, en dat gaat ten koste van waardevolle natuur. Intensieve landbouw daarentegen is minder schadelijk voor het milieu en heeft minder landoppervlak nodig, wat goed is voor de biodiversiteit. De milieuwinst komt voort puur uit het sparen van natuur. Dit betekent niet dat intensieve landbouw ineens ‘goed’ is, maar het lijkt wel de minst slechte optie te zijn. Maak gebruik van de landbouwgrond die al beschikbaar is, en bouw niet nog meer akkers.

Uiteraard kan een duurzame toekomst niet zonder drastische aanpassingen. De wereld moet bijvoorbeeld minder rundvlees en andere vervuilende voedselsoorten gaan eten wil onze toekomst duurzaam zijn. Met behulp van een maaltijdbox van de Krat is dit gelukkig een peulenschil, volgens onze klanten.

Uit onderzoek blijkt dat ook biologische landbouw in staat is om de snelgroeiende wereldbevolking te voeden. Dit heeft meerdere redenen, onder andere de biodiversiteit op biologische bedrijven is groter, wat ook goed is voor de voedselzekerheid in arme landen, en biologische gewassen kunnen beter tegen ongewone weersomstandigheden. Als op een akker meerdere soorten gewassen geteeld worden, gaat niet alleen de biodiversiteit omhoog, ook de kwaliteit van de grond wordt verbeterd, de grond wordt verrijkt, er wordt meer water vastgehouden en de opbrengst lijdt er niet onder.


Het duurzamer maken van de Nederlandse landbouw

In 2020 is de Dierenbescherming gestart met het Deltaplan veehouderij, om de problemen in de huidige veehouderij aan te pakken. Samen met met name de boeren, bedrijven, consumenten en de overheid willen zij een omslag veroorzaken in het huidige systeem, waardoor dieren een natuurlijker leven kunnen leiden, mensen minder dierlijke producten eten en minder voedsel verspillen, veehouderijen meer samenwerken en duurzame producten produceren, met een korte keten naar leveranciers en bedrijven.

Als je als consument wil bijdragen aan dit idee, kan je dit bijvoorbeeld doen door meer plantaardige producten te eten en minder dierlijke producten. De dierlijke producten die je wel koopt hebben bij voorkeur het Beter Leven keurmerk, zelfs al is het maar één ster. Probeer ook het weggooien van voedsel te vermijden door te letten op houdbaarheidsdata en restjes te bewaren. Bovendien zijn lokale seizoensproducten het beste voor het milieu. Lees meer over het beperken van voedselverspilling in onze blog met 7 tips om duurzaam te koken.


Duurzaam eten? Ga voor lokaal en voor seizoensproducten

Als je zeker wil weten waar je eten vandaan komt kan je ook lokaal, bij de boer om de hoek je boodschappen doen. Hiermee steun je niet alleen de lokale economie, maar je koopt ook automatisch seizoensproducten. Je kunt dan zelfs direct vragen hoe de gewassen groeien en de dieren leven, en hoe de boer rekening houdt met dier, klimaat en milieu. Door deze methode van boodschappen doen heb je zelf veel controle over waar je voedingsmiddelen vandaan komen en ben je heel duurzaam bezig. Omdat je lokaal bij de boer koopt ben je bovendien vaak goedkoper uit, en de seizoensproducten die je koopt smaken veel beter als ze niet uit een kas komen.


Hoe kies ik zelf voor de beste optie: duurzaam of biologisch?

Met keurmerken kom je een heel eind, zoals bijvoorbeeld het EKO-keurmerk, biologisch of Erkend Streekproduct. Verder kunnen producten scharrelvlees- of eieren bevatten, of Beter Leven-sterren hebben. Hoewel ze zeker heel nuttig zijn, kan je je er beter niet blind op staren. Het verkrijgen van een keurmerk kan namelijk duur zijn, en niet iedere boer kan zich bijvoorbeeld veroorloven om het biologisch-keurmerk te verkrijgen. Ook bij de Beter Leven-sterren bestaat dit probleem. Er kan binnen 1 ster veel verschil zitten, doordat de ene boer bijvoorbeeld nét aan de minimumeisen voldoet voor 1 ster, terwijl de andere boer op één overkapping na een tweede ster zou verdienen. Grond in Nederland is echter duur, dus die ene overkapping is misschien financieel niet haalbaar. Het is veel belangrijker om te weten wie de leverancier is achter je lokale seizoensproducten, want dan weet je zeker dat je goed zit.


De duurzame, lokale oplossing van de Krat, vol seizoensproducten

Heb je geen boer om de hoek, of zie je door de bomen het bos niet meer? Wij staan voor je klaar! Onze kratten zijn altijd duurzaam, van lokale boeren met hart voor hun onderneming. Vol seizoensproducten, van leveranciers vol passie. Over deze bijzondere bedrijven kan je meer lezen in onze leveranciersblog, waarin we een kijkje nemen bij onze meest bijzondere en meest gepassioneerde leveranciers. Wij doen altijd ons uiterste best om de beste lokale producenten uit te kiezen, en uit die groep kiezen we alleen degenen die duurzaam genoeg zijn voor ons. Bovendien gaan we er prat op dat er alleen lokale seizoensproducten in onze kratten zitten.


Koop bij de Krat en wees duurzaam zonder zorgen!