Skip to main content

Meal prepping gaat over afvallen, niet over eten

Meal prepping: ineens was het overal. De studentes in de sportschool spraken erover, net als moeders in het park, vrienden doopten zondag opeens om tot ‘meal prep day’. Toen de supermarkt ook nog gecompliceerde voedselbewaardozen ging aanbieden wisten we: dit is een trend.

Meal prepping is: vooruit koken. Je bedenkt een menu voor bijvoorbeeld vijf dagen. Je haalt alle boodschappen in één keer. Thuis bereid je zo veel mogelijk voor (prepareren). Rijst of quinoa koken. Groenten snijden en blancheren. Sauzen maken. Kip bakken, vis stomen, en dressing kloppen voor eventuele salades. Je bewaart alles in plastic bakjes in de koelkast. Na een drukke dag hoef je de maaltijd alleen nog maar samen te stellen en op te warmen. Voilà!

Dit klonk ons bewonderenswaardig georganiseerd en bovendien supergezond in de oren. Nooit meer om halfzeven ’s avonds door een winkel sjokken. Geen verleiding om ‘even makkelijk’ pizza’s in ons karretje te gooien. Geen voedsel weggooien, want de porties zijn afgepast. Met de wetenschap van een gevulde koelkast spelen we een spelletje met de kinderen en drinken een wijntje met ons lief in plaats van aardappels te schillen: wat een tijd zouden we over hebben!

Enthousiast doken we het internet op, speurend naar fijne weekmenu’s. Maar na drie muisklikken fronsten we onze wenkbrauwen. Meal prepping gaat helemaal niet over milieuwinst en tijdbesparing. Meal prepping gaat over afvallen. Want wie zijn de evangelisten van deze trend? De dames fitaddict, eatyourselfskinny, followfitgirls, missnatural, bodieboost en fitgirlcode.

Zucht. Okay, het is georganiseerd, maar ook nogal obsessief. Het klinkt healthy, maar vooral hysterisch. Want sinds wanneer noem je eten clean? Is het ooit vies geweest dan? En hoe gezond is al dat voorgesneden- en gekookte eten eigenlijk? Wij weten het mooi gemaakt: op zondag maken we gewoon drie keer zoveel pastasaus en een dubbele portie andijviestamppot. Van restjes groenten koken we minestrone, en dat noemen we dan, heel ouderwets, ‘voorbereiding’.



Inger Boxsem