Uw wijzigingen worden verwerkt

Italiaanse mama

blog/340wit32/54-italiaanse-mama.png

Hoewel er elke zomer deskundigen mopperen dat vakantie vooral stress oplevert waren wij toch wat blij dat we ons even konden terugtrekken in het zuiden van Europa, al was het maar voor het weer. Ook bleven we daar verschoond van alle ophef rond het eierschandaal. Onze vakantie-eieren haalden we gewoon uit het kippenhok op ons vakantieadres, geen fipronil te bekennen.

Vandaag schreef Eefje in de nieuwsbrief van de Krat over het belang van seizoensgebonden eten. In Zuid-Europa is dat vrijwel onontkoombaar, al vind je zelfs in Italiaanse winkels tegenwoordig flesjes sojasaus. Het recept is eenvoudig deze tijd van het jaar: watermeloen, tomaten en paprika’s. De watermeloenen kwamen we in wagonladingen tegen: langs de kant van de weg, in een stalletje bij het benzinestation, bij de alimentaria en ook in de supermarkt lagen de dorstlessers zo groot als peuters op ons te wachten.

De tomatenoogst was zo overvloedig dat op sommige plaatsen uitsluitend hele kratten tomaat werden verkocht: de glazen potten om tomatensaus in te conserveren stonden er - heel praktisch - naast. In de koele lucht van de supermarkt kregen we lust om liters tomatensaus te koken, maar buiten was het gewoon strak 42°C, dus eenmaal thuis kozen we toch voor het zwembad. Niet getreurd: ook hier liggen de kramen vol rijpe en dus zoete tomaten. Nu koken is straks de hele winter plezier.

Voor 8 personen: 1 grote teen knoflook pellen, en pletten met een koksmes. De teen fruiten in een flinke plens olijfolie. Als de teen glazig is uit de pan halen. Vervolgens een kilo in stukken gesneden tomaten toevoegen, even bakken, en de saus ongeveer 15 minuten laten sudderen, tot de olie boven komt drijven. Blijf erbij: de saus mag niet aanbakken. Gezien de afkeer van de Kratkinderen voor ‘stukjes’ draaien wij de tomatensaus altijd even door de passaverdura, voelen we ons ook even een Italiaanse mama.

Dit bericht werd geplaatst in Koken op dinsdag 15 augustus 2017 om 19:00 uur door Inger Boxsem.